Reisverslag Noord-Oost Groningen

REISVERSLAG  2015/1                                   

 

Wegens een familiefeest zijn we dit jaar later vertrokken dan gebruikelijk. Bovendien maken we dit jaar niet één lange reis, maar een korte en een langere.

De korte reis voert ons naar Noord-Oost Groningen. De langere gaat naar België. Maar eerst Noord-Oost Groningen.

Op dinsdag 16 juni 2015 ingescheept. Een hoop aan boord gesleept, ook eten en kattenbaksteentjes voor poes Minoes, die natuurlijk weer van de partij is.

Woensdag 17/6 van Harlingen naar Leeuwarden gevaren. Mooi plekje in de Prinsentuin, waar we onze vrienden Hans en Gré de Graaf troffen, die daar waren afgemeerd met hun mooie Alm trawler “Pionier”. Ze verwenden ons met koffie en gebak, gevolgd door een borrel met heerlijke hapjes! We hadden ze een paar jaar niet gezien, dus een hoop nieuws uit te wisselen! Het weer is niet zo denderend. Koud, harde wind en regen!

De volgende dag bleek de waterpomp kapot. Gelukkig heeft Hans diverse reserve onderdelen aan boord waaronder een waterpomp. Dus de kapotte pomp eruit gemonteerd en de nieuwe erin! Gelukkig weer water….

Vrijdag 19/6 van Leeuwarden naar een mooie steiger in een natuurgebiedje bij Stroobos gevaren. Het plekje kenden we al en er lag niemand (twee jaar geleden ook niet). Een wandeling gemaakt, de paardjes stonden er nog. De volgende dag via twee sluizen naar Groningen gevaren. De Zuiderhaven lag vol, maar we vonden een mooie plek in een stadsgracht met electra! Na het eten een wandeling gemaakt, een wijntje gedronken bij heel aardige mensen (hoe kan het ook anders), die ook een Excellent hebben (Excellent is het merk boot waar wij mee varen).

Zondag 21/6 goot het van de regen. Niet leuk om te varen, dus maar in Groningen  gebleven. ’s Middags laat klaarde het op en er kwam zelfs zon. De stad in (koopzondag) en op een terras een wijntje gedronken. Maandag vertrek uit Groningen, na eerst een speciale sleutel (borg € 25.-) gehaald te hebben, waarmee we de vele bruggen en sluisjes zelf moeten bedienen op de door ons gekozen route. Na één sluis en ontelbare handbediende bruggen konden we om 18u afmeren in een jachthaven op het Schildmeer (een stuk onder Appingedam). We waren de enige passanten, dus lekker rustig!

De volgende dag brak de veiligheidspen van de boegschroef en dat is lastig met de vele handbediende bruggen en sluizen. We moeten steeds afmeren vóór een brug, waarna Hans omhoog klautert, de sleutel in het bedieningkastje van de brug steekt waarna de rood/wit gestreepte bomen naar beneden gaan en de brug omhoog. We varen de boot door de brug waarna we weer afmeren en de hele procedure zich herhaalt, maar dan in omgekeerde volgorde. Als het  verkeer weer over de brug rijdt, varen wij verder. Dus: boegschroef-pen vervangen en we kunnen weer door! Na veel bruggen en twee sluizen meren we af in Termunterzijl, een voormalig vissersplaatsje aan de Dollard. Het is er heel rustig, te rustig. Geen winkels, kroeg o.i.d. Wel enkele restaurants en vlakbij de boot een geweldig vis “restaurant”, waar we heerlijke verse vis eten. ’s Avonds maken we een wandeling van  Termunterzijl naar Termunten. Een bewoner maakt een praatje met ons en vertelt dat de enige school die beide dorpen rijk is ook gaat sluiten! Volgens mij is dat de doodsteek voor een dorp(en), waar verder ook alles al weg is. De volgende dag klauter ik de dijk op en zie een geweldig groot drooggevallen gebied. De Dollard is onderhevig aan eb en vloed.

Woensdag 24/6 varen we naar Scheemda, waar we na een aantal handbediende bruggen en vaste bruggen, waar we alleen onderdoor kunnen met de hele kap van de boot naar beneden, en na een sluis om goed 17u de jachthaven binnenvaren. Na het vastleggen van de boot melden zich Henk en Hillie v.d. Bergh, die ons hadden zien binnenvaren! Wij verwachten hen hier niet en hadden elkaar een aantal jaren niet gezien. We kennen ze van het varen dertien jaar geleden. ’s Avonds komen ze gezellig een wijntje aan boord drinken.

We besluiten naar het Oldambtmeer te varen, het kunstmatig aangelegde meer waaraan de Blauwestad is gebouwd. Na een aantal uren varen en na de Blauwdiepsluis, komen we het meer op, dat gigantisch groot is, groter dan het Sneeker meer.   Er zijn twee jachthavens, wij liggen in jachthaven Midwolda waar we de enige passanten zijn. We hebben vanaf de boot een prachtig uitzicht over het meer.

Vrijdag 26/6 varen we eerst nog een stuk over het meer en via de Blauwdiepsluis en de sluis het Buitenverlaat komen we om 16.45u aan in het passantenhaventje van Bad Nieuweschans (vroeger Nieuweschans). Er is nu een groot thermaalbadencomplex vanwege een zoutwaterbron, die ook nog diverse mineralen bevat. We maken een wandeling door het plaatsje. Er staan mooie grote panden, het is een beschermd dorpsgezicht. We drinken een wijntje op een terras. We willen een hapje eten, maar dat blikt niet mogelijk. Hans komt op het lumineuze idee het thermaalbadencomplex te proberen. Daar is een restaurant bij, waar we lekker konden eten, temidden van de mensen in witte badjassen! We genieten later op de avond van een mooie zonsondergang op de boot.

De volgende dag is mijn verjaardag, dus gebak bij de koffie. We hebben problemen met de dynamo, dus Hans duikt weer het motorruim in. Later op de middag krijg ik voor mijn verjaardag een behandeling in het Bad Nieuweschans welness complex. Lekker ontspannend.

Zondag 28/6 gaan we weer terug naar de jachthaven in Scheemda i.v.m. de kapotte dynamo. Maandag gaat Hans met Henk (de kennis die daar ligt met een boot en een auto!) naar Groningen. Een nieuwe dynamo wordt besteld die dinsdag afgehaald kan worden. Inderdaad is de nieuwe dynamo er dinsdag 30/6 en kan Hans hem ’s middags inbouwen. Na een gezellig wijntje/biertje bij Henk en Hillie waar we voor hun boot in het gras zitten in comfortabele stoelen, gaan we enigszins koud geworden (het koelde ’s avonds behoorlijk af) naar bed en vertrekken de volgende dag richting Bedum, waar we na twee sluizen aankomen. Helaas wil de stalen brug, de Gele Klap, door het uitzonderlijk warme weer niet open! Het staal is door de hitte uitgezet. Degene die de brug bedient pleegt een telefoontje en na ruim een kwartier komt er een tankauto met water, die de brug natspuit, speciaal voor ons. Wij zijn de enigen die door de brug Bedum in willen varen. Na twee pogingen gaat de brug omhoog, gelukkig, en varen wij de gemeentelijke “jachthaven” in. Dit is een lange kade middenin het dorp.   

Donderdag 2/7 willen we naar Uithuizen varen. Na twee zelfbedieningssluizen doet een eindje verderop een brug het ook niet door de hitte. Deze ligt midden tussen de landerijen en van een tankauto met water is geen sprake. Omkeren dus maar en aanleggen in het dorp waar we het laatst doorheen kwamen: Onderdendam. Het is er rustig en mooi. Een eindje verderop ontdekken we kennissen van onze Watersport Vereniging, die daar met hun boot liggen. Aan het eind van de middag komen ze een koud wijntje/biertje bij ons drinken.

De volgende dag varen we naar Winsum. Een mooi dorp met twee oude molens. Het is heel erg warm. Op een terras dat uitziet over een smal water dat door het dorp loopt, drinken we wat koels en omdat het te warm is om aan boord te koken eten we daar wat. Als we weer aan boord zijn, zien we een bruidspaar op de brug voor de boot (met de toepasselijke naam “Jeneverbrug” vanwege het café dat vroeger bij de brug stond). Even later maakt de fotograaf opnamen vlak naast onze boot. Erg leuk.

Zaterdag 4/7 vertrekken we richting Lauwersmeer. Die dag is zeer warm weer voorspeld en dan is het beter toeven op een grote plas. Na een zelfbedieningssluis meren we om 16u af in Lauwersoog, jachthaven Noordergat en besluiten de volgende dag over te steken naar Schiermonnikoog. Zondag is het weer echter heel slecht: hevige onweersbuien met de nodige stortregens en de voorspelling is windkracht 5. Dat is ons te pittig om de oversteek te wagen naar Schiermonnikoog, dus laten we dit plan varen en besluiten dan maar naar Dokkum te varen. Als het weer is opgeknapt varen we om 14.30u weg en gaan we om 16u door de Willem Lorésluis. De eerstvolgende brug, de Ir. W.F. Woudabrug is van 16u tot 17u gestremd (ook op zondag, nauwelijks verkeer en de brug ligt middenin het landschap!!) Er zijn een paar afmeerpaaltjes voor wachtende boten en wij leggen met twee landvasten aan. Achter ons nog een motorboot met een Duits gezin en daarachter een zeilboot. De lucht wordt steeds donkerder en daarna inktzwart en er barst een helse onweersbui los met stortbuien en enorme windvlagen. Inmiddels is de brug niet meer gestremd en geeft rood/groen licht om te melden dat de brug voor ons opengaat. Via de marifoon laat Hans weten dat hij met dergelijke rukwinden niet los kan maken en wil wachten tot de wind minder wordt en de hoosbuien wegtrekken. Dit gebeurt echter niet want er komt een echte windhoos pal over de boot! Die wordt een stuk de lucht ingezogen, de voorste landvast (heel dik touw) breekt doormidden en de boot komt door de sterke wind dwars op het water te liggen. Gelukkig houdt de achterste landvast het wel. We beleven angstige momenten, want als dit touw ook knapt zijn we een speelbal van de wind! Geen motor, boeg- en hekschroef kunnen tegen dit natuurgeweld op! En de regen blijft maar met bakken uit de hemel komen en de wind raast. Als het ergste voorbij is varen we een stukje naar voren, leggen daar weer aan en zien dan dat er een boom door de wind is omgevallen en gelukkig precies is neergekomen tussen de Duitse boot en de zeilboot achter ons. Intussen komt er van alles voorbij drijven, wat door de windhoos in het water terecht is gekomen: een doormidden gebroken roeibootje, een peddel, flarden groen zeil, een pedaalemmer. Een man komt melden, dat de brug voorlopig niet meer opengaat omdat een trampoline door de wind met kracht (het stalen onderstel en de poten) tegen de paal is geslagen waarop de camera (voor de brugbewaking) staat. De camera is eraf gebroken en de paal is niet meer recht maar met een knak. Die moet eerst weg en dan moet de brug met de hand bedient worden.

Na een tijdje komen er technici en ook een dragline, die de paal omverduwt. De elektrische bedrading wordt onklaar gemaakt, zodat er geen sluiting kan komen en dan wordt ook nog de omvergeblazen boom weggehaald. Om 19.10u kunnen we pas weer doorvaren en dan wordt het krap aan voor Dokkum, omdat de bruggen daar tot 20u bediend worden. Wij halen het gelukkig en meren vlak na de brug tussen de twee molens aan de vestingwallen af. We besluiten dit angstige avontuur met een wijntje aan boord en omdat het te laat is om nog te koken, eten we een plate op een terras.

Maandag 6/7 maken we een wandeling door de stad, doen boodschappen en eten een ijsje. De volgende dag bezoeken we het Bonifatius museum, gevestigd in het Admiraliteitshuis. De Friese Admiraliteit zetelde hier voordat ze naar Harlingen kwam. Dokkum is een mooi, oud stadje waar het e.e.a. te zien is. Wij waren er al vaker. Een wandeling over de stadswallen is aan te bevelen, evenals een bezoek aan molen Zeldenrust uit 1862. Hij is nog in gebruik, maalt koren (meel) en maakt heerlijke mosterd. Vanaf de omloop heb je een geweldig gezicht op Dokkum. We willen nog een nieuwe route varen, die uitkomt bij St. Annaparochie. Het is een route met vaste bruggen, de laagste is 2.40m waarvoor onze kap eraf moet. De weersvoorspellingen zijn dusdanig slecht, dat we dit plan maar laten varen.

Woensdag 8/7 varen we van Dokkum naar Franeker, waar we de laatste nacht doorbrengen. De volgende dag, donderdag 9/7, zijn we rond het middaguur weer terug in onze Verenigingshaven, een week eerder dan het plan was!

We willen een weekje thuisblijven voor de was, de post en de tuin en dan weer inschepen voor een langere reis door Nederland en België.

We hebben ruim drie weken gevaren, 368 km. Afgelegd, 16 sluizen gehad waarvan veel zelfbediende sluizen en heel veel zelfbedieningsbruggen.

Hans&Marjolijn en scheepskat Minoes.

11/7/2015.