Reis Duitsland 2016/verslag 2.

De vorige keer lagen wij op het eiland Juist, waar we maandag 1/8 niet konden vertrekken i.v.m. het slechte weer. Dinsdag is de wind echter grotendeels gaan liggen en is het bewolkt met wat zon. I.v.m. het tij vertrekken we uit de jachthaven van Juist om 10.15u. Vanwege het wantij kun je niet rechtstreeks naar de kust varen, maar vaar je een deels bestaakte en deels betonde vaarroute die kronkelt en buigt. Je vaart de afstand dus zeker wel twee maal. Als we ter hoogte van het zeegat tussen Juist en Norderney varen wordt de zee onrustig en beginnen we wat te rollen. Om 12.15u lopen we met stralend weer de jachthaven van Norddeich aan de Ostfriese kust binnen. Ook een getijdehaven, maar deze valt niet droog, omdat er drempels bij de haveningang liggen.

Op een gegeven moment gaat de boot hevig tekeer, evenals alle boten in de haven dansen we wild op en neer. De SAR-reddingsboot verlaat met een noodgang de haven om kennelijk iets of iemand op zee te redden en produceert enorme golven!

’s Middags wandelen we naar het dorp, een flinke wandeling langs de haven en de veerbootterminal. Ieder uur vertrekt er een veerboot van rederij Frisia naar één van de eilanden. Het dorp bestaat uit een brede weg, tevens de enige toegangsweg naar het plaatsje Norden, ong. 3 km. Verderop. De weg is omzoomd door pensions en feriënhauses, restaurantjes, ijssalons en souvenirwinkeltjes, maar maakt een wat rommelige en onverzorgde indruk. De weg is de enige autoweg van Norddeich naar Norden en druk. Hier rijdt ook een bus, die we de volgende dag willen nemen naar Norden. Op een terras drinken we wat en verorber ik een heerlijke himbeerentorte (frambozentaartje). Op de terugweg zien we niet alleen het strand van Norddeich met veel mensen, maar ook wadlopers op het nu grotendeels drooggevallen wad. Ook de hellingen in de haven zijn nu goed zichtbaar. Op dat moment is het water zeker al 2m gedaald en het daalt nog verder. ’s Avonds om 19u staat de toegangsbrug naar het havenkantoor zo schuin, dat ik er bijna niet tegenop kom! Er blijft wel water onder de boot, want de haven valt niet droog.

We betalen havengeld, toeristenbelasting, kurtax,  stroom en afvalgeld (mühl) aan de havenmeester, bij wie we ook broodjes voor het ontbijt kunnen bestellen. Wat een service.

We willen de volgende dag met de bus naar Norden, maar het weer verandert ’s nachts sterk. Veel wind en regen en als we opstaan is de lucht loodgrijs, het giet en er is een harde wind, windkracht 6 met windstoten. Geen weer om te varen, maar ook niet om te gaan sightseeën. Hans gaat de broodjes (heerlijke) ophalen bij de havenmeester en we ontbijten op ons gemak. Het weer blijft slecht, helaas. We ontmoeten Harlingers van onze watersport vereniging, die ook gisteren zijn gekomen. Zij hebben een  zeewaardig zeiljacht, maar blijven vandaag ook liggen, want je ziet geen hand voor ogen op zee. We blijven dus aan boord en doden de tijd met lezen, reisverslag bijwerken en mooie muziek draaien.

Donderdag 4/8 waait het heel hard, volgens een electronische windsnelheidsmeter in het kantoor van de havenmeester is het windkracht 8! Nog niet oversteken naar Norderney dus. Je moet je schrap zetten op de steigers in de haven, anders waai je er af! Gelukkig is het droog en gaan we om 13u met de bus, die vertrekt vanaf de veerbootterminal, naar het plaatsje Norden, ong. 3 km hier vandaan. We stappen uit in het centrum op de Mittelmarkt.  Die blijkt omringd door oude, statige gebouwen, huizen met trapgevels en een enorme kerk, gewijd aan Ludgerius. De kerk is imposant, maar sober zoals alle protestantse kerken. Na een bezoekje aan de VVV gaat het gieten en duiken we een conditorei in, waar we genieten van heerlijk gebak. Als het droog is lopen we door een heel lange winkelstraat met vnl. de gebruikelijke kledingzaken. Het is er druk, veel toeristen met kinderen, die vandaag niet naar het strand kunnen en blijkbaar naar het stadje gaan. We hebben geen tijd meer om het thee-museum te bezoeken (en Hans spreekt het helemaal niet aan), die de geschiedenis van de thee laat zien en alle gebruiken rondom het theedrinken in vroegere eeuwen, toen thee geïmporteerd werd en heel kostbaar was. Ostfriese thee mit kluntje schijnt iets bijzonders te zijn. We gaan het nog proberen.

In de namiddag nemen we de bus terug naar Norddeich, borrelen aan boord en eten een heerlijke visschotel in het havenrestaurant, het Skippershuus. Het ligt hoog boven het havenkantoor met een schitterend uitzicht over het wad, de ondergaande zon en Norderney in de verte. De huizen daar worden belicht door de zon. Er vertrekt nog een veerboot die kant op en we kunnen hem helemaal volgen. Midden op het wad passeert hij de veerboot die onze kant op komt. Om 21u gaat de wind pas wat liggen en is het windkracht 4. De zon gaat nu oranje-roze onder boven het wad en ik loop naar de uitkijktoren boven het havenrestaurant en maak mooie foto’s van een kleurige zonsondergang op het wad.

Morgen proberen we toch echt naar Norderney te varen. De weersvooruitzichten zijn tamelijk gunstig.

Wat ons hier opvalt is dat iedereen elkaar groet met “Moin”. Het betekent niet “morgen”, want men zegt het ook ’s avonds, maar zoiets als “hoi”. We passen ons aan en roepen het ook tegen iedereen!. Je ziet dit woord ook gedrukt op tassen en op mokken.

Het is vandaag vrijdag 5/8 en we wagen het er op, ondanks de stevige wind, windkracht 4 à 5, naar Norderney te varen. We liggen nu al dagenlang in Norddeich vanwege het weer en we willen dolgraag verder. Precies om 16u maken we de touwen los en varen de haven uit. Er is blauwe lucht met wat wolken en een stevige wind. De weg naar zee is tamelijk lang en nog enigszins beschut, maar zodra we op open zee zijn rollen de golven met schuimkoppen ons tegemoet, breken op de boeg en gooien een zee van water over de boot, de ramen en het tentdak. De ruitenwissers kunnen het amper aan en ik heb moeite om het nummer van de boeien te zien. Hoe verder we varen, hoe erger het wordt. De straffe wind, de golven, het water dat over de boot spoelt, ik vind het matig tot niks en we moeten ongeveer 12km varen. Als we het zeegat tussen het eiland Juist en Norderney naderen en het een stuk in moeten varen, wordt het pas echt erg. We rollen alle kanten op, de boeg duikt steeds diep in het water en de achterkant van de boot verheft zich. Gelukkig kan de boot veel hebben, maar ik niet zo! Minoes blijft doorslapen op de grond van de stuurhut en wordt zo te zien niet misselijk. Als je Norderney nadert, zie je de bebouwing, maar je moet een heel stuk  langs het eiland varen, er een stukje omheen en dan pas heb je de veerbootkade en de ingang van de jachthaven. We worden achterna gezeten door de veerboot van Norddeich naar Norderney, maar gelukkig blijft die achter ons varen.

Als we de jachthaven binnenvaren, die echt heel groot is, blijkt hij stampvol te liggen. Er is geen enkele vrije plaats of box meer over, dus zijn we genoodzaakt aan de tegenoverliggende kade af te meren, die ook al vol ligt, soms drie rijen dik. Het lukt ons langszij een grote motorsailer af te meren en later op de avond komt er nog een zeilboot langs ons liggen. Een gezellige drukke boel. ’s Nachts blijken er nog twee zeilboten bij gekomen te zijn. De motorsailer wil de volgende morgen om 9.30u vertrekken, dus moeten we dan allemaal los, zodat zij weg kunnen. De havenmeester komt langs op zijn fiets en sommeert ons naar het havenkantoor te komen om te betalen. Hans klautert dus van onze boot op de motorsailer en via een lange rechte ladder de steile havenkade omhoog voor de lange wandeling naar het havenkantoor. Ik begin maar met koken, want dat moet ook gebeuren.

Morgen maar kijken of het weer het toelaat om naar Baltrum te varen, het kleinste eiland van de Ostfriese waddeneilanden, slechts 5 km. lang en 1,5 km. breed!

Zaterdag 6/8 vertrekken we i.v.m. het tij om 13.40u uit Norderney. De wind en het weer zijn redelijk en we varen over een tamelijk rustige Waddenzee richting Baltrum. We varen in de luwte van de kust van Norderney, dus geen of nauwelijks golven door de wind. Wel een verschil met gisteren! Van Norderney naar Baltrum is iets langer dan van Norddeich naar Norderney. De weg is goed betond en het laatste stuk bestaakt. Maar als we het zeegat tussen Norderney en Baltrum naderen, komen daar woeste golven door aanrollen. De boot wordt opgetild en neergesmeten en een zware houten zeilboot die voor ons vaart gaat ook alle kanten op. We rollen en dansen dat het een lieve lust is en ik hoop vurig op een behouden aankomst. We varen uiteindelijk de haveningang in, alweer achterna gezeten door de veerboot, die aan de veerbootkade gaat aanleggen. Wij varen de kleine jachthaven binnen, die aardig vol ligt. Gelukkig vinden we een lege box. Het invaren levert wel wat problemen op, omdat de boegschroef het al had begeven in Norderney, maar nu laat ook de gashendel los, zodat de motor niet meer bestuurd kan worden. Gelukkig is daar een aardige Nederlandse familie, waarvan vader en zoon ons de box intrekken. Moeder komt ook nog een handje helpen en daar liggen we dan! Hans had ook al gemerkt, dat de dynamo nauwelijks stroom bijlaadt, dus gaat hij direct aan de slag. Eerst de boegschroef. De motor is niet kapot, de veiligheidspal ook niet, het relais ook niet. Dus moet het in het electrische circuit zitten. Hij kan niets vinden en besluit daar maar de zondag aan te wijden. De gashendel is snel gemaakt: er was een bout losgetrild. Ieder jaar hebben we technische problemen, je kunt er op wachten!

Na een ontbijt op zondag met een gekookt eitje en heerlijke cappucino, gaat Hans de stuurhut ontruimen, de luiken van het motorruim gaan omhoog en de bekisting van de motor gehaald om bij de dynamo te komen. Dat is voor mij het sein om mijn hielen te lichten. Het waait weliswaar heel hard, maar het zonnetje doet ook zijn best. Gewapend met een fototoestel ga ik eerst richting het drooggevallen wad naast de jachthaven. Je kunt een heel eind het wad oplopen en er staan overal informatie borden over de flora en fauna en over eb en vloed. Dan steek ik het eiland over richting Noordzee. De wind blaast bijna mijn haren van mijn hoofd en als ik foto’s wil maken van de wilde zee, waait de camera heen en weer in mijn handen. Ik loop een eind langs de zeewering naar een hoge uitkijkpost. Daar vandaan zie je de Noordzee goed en kun je het strand zien liggen, wel nog een heel eind verder.

Morgen is de weersvoorspelling slecht, dus ik vrees, dat we nog een dag blijven voordat we naar het eiland Langeoog kunnen varen. En de technische problemen moeten ook nog opgelost worden!

We blijven inderdaad ook nog maandag 8/8. Tot overmaat van ramp werkt nu ook het electrisch toilet niet meer! Hij vermaalt wel, pompt ook water op maar niets gaat weg en blijft alles stijgen in de wc-pot. Dus Hans eerst aan de slag met het toilet, de toiletpot moet eraf en de motor schoongemaakt. Een niet zo’n erg leuk klusje. Ik ga lopen naar het supermarktje, halverwege het eiland. Het waait verschrikkelijk hard, windkracht 9 en ’s middags oplopend naar 10! Ik heb moeite mijn evenwicht te bewaren op de steiger, zo hard duwt de wind tegen mij aan. Met twee volle boodschappentassen loop ik terug naar de jachthaven. Ik heb de wind nu pal tegen en beide zware boodschappentassen waaien steeds naar achteren. Gelukkig is het droog met af en toe wat zon. Als ik terugkom heeft Hans de klus geklaard en moet alleen de wc pot nog op zijn plaats geschroefd. Hans controleert of alles werkt en……het werkt. We kunnen weer naar de wc!! ’s Avonds loopt de wc weer niet door. Hans begrijpt er niets van. Waarschijnlijk zit er een verstopping in de afvoerslang. Dat moet verholpen worden met een hogedrukspuit, maar die ligt thuis. Inmiddels is de wind aangewakkerd tot windkracht 10. Het water in de haven wordt opgestuwd en maakt golven die de boten bereiken. Alles ligt woest te schommelen, ook wij. De boot rolt en deint dat het een lieve lust is, het lijkt wel of we op zee varen. De wind maakt ook veel herrie en iedereen zit op zijn boot. Als het langzamerhand eb wordt, worden de golven minder en de wind gaat ook wat liggen. Het waait nog wel hard, maar de boot beweegt minder, gelukkig. Ik kan dus gaan koken, zonder al teveel schommelen.

Voor dinsdag 8/8 zijn de weersvoorspellingen ook niet al te best. Regen en harde wind. We zouden sowieso niet eerder kunnen vertrekken dan een uur voor hoog water, dus vandaag is dat om 16.30u. Hans schroeft de wc pot weer los om de reservemotor erin te zetten en dan maar kijken of het werkt. Anders is het toch de afvoerslang. Wij hebben zowat alles in reserve aan boord, weggeborgen onder onze bedden. Extra motoren voor boegschroef en hekschroef, extra schroef, schroefas en nog veel meer! Door ervaring wijs geworden…….We varen nu 17 jaar en hebben 16 jaar daarvan pech gehad met het een of ander. Eén jaar niet tot onze verbazing. Leuk is anders en af en toe vervloek ik deze boot. Gelukkig heeft Hans de boegschroef ook weer aan de praat gekregen. Er was een stekkertje losgetrild.

Wat het eiland Baltrum betreft is er weinig tot niets te beleven, behalve een groot strand. Het eiland is volgebouwd met hotels, pensions en feriënhauses en in de duinen mag je niet wandelen. De helft van het eiland is natuurreservaat. Bij de jachthaven is helemaal niets, behalve een imbiss, waar je warme worstjes en limonade kunt kopen. De veerbootterminal is dicht bij de jachthaven en er vertrekken regelmatig veerboten of komen binnen. Maar dat zijn wij wel gewend van Harlingen, waar wij vlakbij de veerboot terminal van rederij Doeksen wonen. Hier heet de rederij Frisia. De boten toeteren ook driemaal voor vertrek, net als in Harlingen. Dat wil zeggen: ik sla achteruit. De boot moet een stukje achteruit varen om te kunnen keren, zodat hij met de neus richting zee komt, net als in Harlingen.

Wat wel bijzonder is: vlak bij de jachthaven is een klein vliegveld, waar ong. 8 éénmotorige vliegtuigjes staan geparkeerd. Ze hebben een echte landings-en vertrekbaan en worden gebruikt voor noodgevallen, zoals ziekenvervoer etc. Ook vervoeren ze passagiers van en naar het eiland. In 7 min. ben je dan in Norddeich. Er vliegen regelmatig vliegtuigen boven de boot.

Gelukkig doet de w.c. het nu wel, dankzij de reservemotor! We willen nu toch echt morgen hier weg.

 De volgende dag is het woensdag 10/8 en willen we om 17u gaan varen als het hoog water is. De havenmeester zegt dat we makkelijk een uur na laag water weg kunnen, ook al varen we over wantij. Dat zou dan om 12u zijn. Tegen 12.30u staat er 40 cm water onder de kiel en laten we Baltrum achter ons. Het is windkracht 4, dat is te doen en we moeten ong. 12 km. varen naar Accumersiel aan de kust. In die haven is een technicus, die naar de kapotte dynamo kan kijken. Als we langs de havenhoofden varen zien we op een drooggevallen stukje een baby zeehond, een huiler, van heel dichtbij! Alles gaat goed, maar na 10 min. zitten we vast! Hans gooit het anker uit en dan maar wachten tot er genoeg water onder de boot komt en we loskomen. Het advies van de havenmeester was dus een non-advies! Gelukkig kunnen we vanaf de boot een honderdtal zeehonden zien op het drooggevallen strand van Norderney, het buureiland van Baltrum. Na anderhalf uur kunnen we weer verder, maar het anker heeft zich zo vast in de bodem gezet, dat Hans het pas na heel veel moeite los krijgt en aan boord kan hijsen. Het gaat goed, we volgen de rode boeien die overgaan in staken op een zandplaat. Kennelijk ligt de plaat hoog, want na 25 min. varen zitten we weer vast! We hebben vlak langs de staken gevaren, maar toch. Dus maar weer het anker in de bodem gezet. Na 10 min. komt ons een groot werkschip achterop. Hij vaart  vlak langs de staken en hij zit ook vast. Na verloop van tijd, we zitten nog steeds vast, komt ons een vissersboot tegemoet. Hij vaart wel en moet zich tussen het werkschip en onze boot doorwringen. Het lukt! We komen langzaam los, gaan drijven maar moeten toch wachten op genoeg water onder de kiel.  Een uur na het vastlopen kunnen we veer verder en meren om 16.30u af in de jachthaven van Accumersiel. De havenmeester belt de technicus voor ons, die belooft de volgende morgen om 08.00u naar de boot te komen. Dat wordt dus een vroegertje, want Hans moet weer alles ontruimen en de bekisting van de motor halen.

’s Avonds eten we heerlijke verse vis bij een soort snackbar bij de jachthaven. Lekker en goedkoop. Bij terugkomst op de boot schijnt er een mooi avondzonnetje, maar ineens komt er een bui. De zon blijft schijnen en tegenover de boot zien we een reusachtige regenboog. Prachtig! We gaan bijtijds naar bed i.v.m. de volgende dag.

We staan dus vroeg op. Het is inmiddels donderdag 11/8. Het weer is superslecht. Regen en nog eens regen en koud, 12o. De kachel dus maar aan en Minoes vlakbij de uitgang van de warme lucht! Daar ligt ze nu al de hele dag, want het blijft koud en nat. Om 8u geen techneut, om 9u ook niet, dus Hans naar de havenmeester. Er blijkt wel een monteur in de haven, maar die is bezig met de boot van een lid van de jachthaven. Hij belooft daarna te komen. Om 9.55u komt hij en is om 10.10u weer weg en wij € 45.- lichter. Een contact bij de dynamo bleek verbrand en moest vervangen. Als het goed is laadt de dynamo nu weer stroom bij als we varen. We zullen het zien….

Tot zover onze avonturen. We wachten op goed weer om naar het eiland Langeoog te varen, hier min of meer recht tegenover. Van Langeoog naar Neuharlingersiel (havenplaatsje aan de kust) en vandaar naar Spiekeroog We willen ook nog naar Wangerooge…

We zijn nu bijna 3 ½ week weg, hebben 319 km. gevaren en 9 sluizen gehad. Het weer is dus pet, maar in Nederland ook.

Tot de volgende keer.