Reis Duitsland 2016/3

We liggen nog steeds in Accumersiel en het regent nog steeds. Voor het varen is dat niet zo erg, maar er is steeds een te harde wind om over te steken naar het eiland Langeoog. We lopen op zaterdag 13/8 naar het dorp, ong. 1 ½ km van de jachthaven. In de enige supermarkt doen we inkopen. Je kunt er in een koffiecorner iets drinken met iets lekkers erbij en dat doen we! Het waait nog steeds heel hard en het regent. Mijn stormparaplu doet goede dienst.

Zondag 14/8 is het weer behoorlijk opgeknapt en er is weinig wind, hoera! I.v.m. het tij moeten we vroeg op en we vertrekken na 3 ½ dag eindelijk uit Accumersiel. We komen al om 9.15u aan in de jachthaven van Langeoog na een rustige overtocht. In de loop van de morgen komt er steeds meer zon en ’s middags gaan we met het speciale veerboot-boemeltje naar het 5 km van de veerboot- en jachthaven gelegen dorp. Het boemeltje is diesel elektrisch en lijkt wel een speelgoedtreintje. Alle wagons hebben een andere, felle kleur en je zit op houten banken. Dat is niet erg, want de rit duurt maar 6 min.! Je komt wel langs een golfbaan, het vliegveld, waar wel 20 vliegtuigen staan, langs duinen en vlakten waar paarden op staan te grazen. De trein zit vol met passagiers van de veerboot en bagage. Het dorp Langeoog heeft weer de gebruikelijke ferienhauses, hotels, pensions, appartementen en natuurlijk souvenirwinkeltjes, restaurants en terrasjes. We lopen naar de watertoren die hoog op een duin staat. Van daaruit kun je mooi over de Noordzee, duinen en het dorp kijken.

De in Bremen geboren Lale Anderson werd op Langeoog wereldberoemd met het soldaten lied: “Lili Marleen” (Unter der Lanterne….). De zangeres overleed in 1972 en is op Langeoog begraven. Er staat een levensgroot standbeeld in de hoofdstraat van Lili Marleen geleund tegen een lantarenpaal! Om half zes nemen we het boemeltje terug naar de haven en eten heerlijke vis in het havenrestaurant Kajüte am Hafen.

Maandag 15/8  vertrekken we met goed weer en weinig wind om 9.50u van Langeoog richting kust. Om 10.35u meren we af in de haven van Bensersiel, een toeristisch havenplaatsje met een groot strand en een openluchtzwembad. ’s Middags verkennen we het plaatsje. Naast de jachthaven is de aanlegkade van de veerboot en iets verder de visserijhaven. Aan het eind daarvan is ook een kleine jachthaven. Natuurlijk weer de gebruikelijke winkeltjes voor de toeristen enz. Op een plein staan enorme strandstoelen. We gaan er in zitten en het zit best lekker. Als we weer in de haven komen aan het eind van de middag blijkt die drooggevallen. Daar hadden we niet op gerekend! Maar ja, na een aantal uren gaat de boot weer drijven en stijgt het water snel.

Dinsdag 16/8 vertrekken we om 9.30u uit Bensersiel en komen na 2 uur varen aan in de jachthaven van het eiland Spiekeroog. ’s Middags lopen we naar het dorp, ong. 10 min. lopen van de jachthaven. Het ziet er aardig uit, lijkt een beetje op Blaricum. Mooie huizen, veel groen, leuke straatjes, terrasjes en winkeltjes. We bekijken een superklein heel oud visserskerkje. Heel mooi en intiem. We doen wat inkopen bij een kleine zelfbedieningszaak en drinken wat op een terrasje. Het is grauw weer, maar de zon breekt door en het is dan warm.

De volgende dag is het prachtig weer en varen we in een uurtje van Spiekeroog naar de kust, naar Neuharlingersiel. We bezoeken het plaatsje, dat wel wat op Greetsiel lijkt. De visserijhaven loopt tot in het stadje. In een park ligt een kasteelachtig landhuis, waarin een restaurant zit. We drinken iets op het dakterras van een restaurant en hebben een prachtig uitzicht over de kleine jachthaven met onze boot en de Waddenzee, die weer droogvalt. Donderdag 18/8 varen we om 11u de jachthaven van Neuharlingersiel uit en zijn om 12.40u op het eiland Wangerooge, het laatste te bezoeken Duitse Waddeneiland. ’s Middags maak ik een lange wandeling door de duinen naar een markante toren en wandel langs het strand. ’s Avonds genieten we van een prachtige zonsondergang. Gelukkig valt deze haven niet droog!

Vrijdag 19/8 vertrekken we 2 ½ uur voor Hoogwater uit Wangerooge. Dan staat er voldoende water op de platen om erover te varen (wantij varen) richting Willemshaven. Het is 44 km en we moeten twee platen over met een lange bestaakte route, waar je niet hard kunt varen. We hebben het tij nog mee, dus dat scheelt in de diesel! Het is prachtig weer en de zee is tamelijk rustig, want er is weinig wind, gelukkig. We varen nu op de rivier de Jade, die samen met de Weser hier enorm breed is. Gelukkig varen er geen grote zeeschepen, misschien omdat het bijna weekend is…..

Als we de zeesluis in Willemshaven naderen, blijkt dat de motor oververhit is! Dat is niet best, een rood licht op het dashboard geeft aan, dat de temperatuur veel te hoog is. Wij denken aan een kapotte impellor, maar er komt gewoon koelwater uit de uitlaat. We besluiten heel langzaam te varen richting jachthaven. Daar blijkt de monteur net naar huis! Hij komt pas maandag weer.

Hans laat zijn gedachten gaan over mogelijke technische problemen en besluit daar morgen naar te gaan kijken. Zaterdag 20/8 dus weer het motorruim open, impellor bekeken. Die blijkt intact. Dan ziet hij dat de ventilatorriem van de motor helemaal aan flarden is. Gelukkig hebben we een nieuwe bij ons. Het is een vervelend klusje, want stukjes van de riem krijgt hij bijna niet los. Maar als hij de motor heel even aanzet, schieten ze los. De nieuwe ventilatorriem erop gezet, de hele boel weer ingeruimd. Maar natuurlijk eerst kijken of alles werkt. Hij laat de motor heel hard lopen, de temperatuur loopt niet op. Voor zover we het kunnen bekijken is het mankement opgelost. Nu zwarte handen schoonmaken en inkopen gaan doen, want morgen is het zondag!   

I.v.m. de openingstijden op zondag van de sluis in Willemshaven vertrekken we pas om 13u. We varen nu op het Eems-Jade kanaal, een smal, recht kanaal met prachtige begroeiing en bossen  links en rechts. Na nog twee sluizen meren we af in de verenigingshaven van Marcardsmoor. Het is een vriendelijke haven, waar je ligt afgemeerd langs een lange strook met steiger aan de walkant. Het is niet duur en vlakbij een benzinestation. Wij hebben enigszins dringend diesel nodig. Er was tot nu toe geen enkele mogelijkheid om langs de waterkant te tanken. Gelukkig heeft de vereniging een houten trekkar, de “Tankzug” genaamd, met 4 jerrycans à 20l. Hans dus met karretje naar het tankstation en met 80l. weer terug. Het duurt wel een tijdje voordat alle diesel in de boot is gelopen en dan bedenkt Hans een systeem om dat karretje achter zijn elektrische scooter te hangen, zodat hij de zware kar niet hoeft te trekken! Dus nogmaals 80l. gehaald en in de tank gegooid en we kunnen weer een heel stuk varen! Het is ongelooflijk slecht weer. Sinds onze aankomst giet het aan één stuk door en we verlaten de haven om 14u om verder over het prachtige Eems-Jade kanaal naar Aurich te varen. Ons is verteld, dat het een prachtige stad is. Het Eems-Jadekanaal loopt van Willemshaven aan de Jade dwars door de kop van Ost Friesland naar Embden aan de Eems. Helaas giet het de hele tocht. Jammer van de mooie natuur, waar het moeilijk naar kijken is met zwiepende ruitenwissers voor je neus. Na één sluis en heel veel bruggen, waarvan enkele beweegbaar, meren we af in de Stadshaven van Aurich. Het regent nog steeds en alles is grauw. De haven is mooi en er liggen enkele boten.  

Gelukkig is er aan de overkant een restaurant, een Joegoslaaf, met uitzicht over de haven. We besluiten daar een hapje te gaan eten. Het is een mooi ingericht restaurant met vriendelijk personeel. Halverwege de maaltijd voelt Hans zich niet goed en gaat naar buiten in de frisse lucht. Hij blijft lang weg en als hij weer binnenkomt zakt hij door zijn benen en valt op de grond. Grote consternatie onder de gasten en het personeel. Ze komen met kussens voor onder zijn hoofd, een plaid en een natte doek, waarmee ik hem afspons. Eén van de gasten heeft een ambulance gebeld en we vertrekken naar het ziekenhuis in Aurich. Hier blijkt, dat zijn darmen spontaan open hebben gestaan, met alle gevolgen van dien! Hans wordt schoongemaakt en onderzocht en ik moet alle gegevens aan de administratie melden. We zijn er omstreeks 20u en mogen om 23u weer naar de boot na grondig onderzoek en 1l. infuusvocht! Het blijkt een virus-infectie, die momenteel heerst. Aangezien zijn pantalon, onderbroek, sokken en schoenen heel vies zijn, vragen wij of het ziekenhuis iets van kleding heeft, want zo kan hij niet een taxi in! Ze komen met een soort heel wijde broek van non woven materiaal en operatiesloffen. Maar ja, het is beter dan niets. Zijn overhemd en regenjack zijn schoon gebleven, dus al met al zag het er niet eens zo gek uit….

Dinsdag 23/8 verloopt goed. Hans is weer helemaal de oude, alsof er niets is gebeurd! We gaan Aurich in, het is prachtig weer. Het is wel een mooie stad, 40.000 inwoners.  Eerst lopen we naar het Slot, gelegen in een park en daterend uit 1825. Wel groot en indrukwekkend, maar niet echt mooi. We bezoeken een Evangelisch Lutherse kerk, groot en mooi met een altaar met een prachtig 6-luik, geschilderd in Antwerpen. De preekstoel is heel mooi gesneden, maar voor de rest is het toch een sobere kerk. Op een terrasje onder de bomen drinken we iets. Dan komen we nog langs een kleine katholieke kerk, gewijd aan St. Ludgerius. Hij is helaas gesloten. Op de boot eten we heerlijke koude salades, onderweg gekocht. Morgen varen we een stuk kanaal terug tot de jachthaven Marcardsmoor en overmorgen vertrekken we vroeg om het Nordgeorgsfehnkanal door te varen dat uitkomt op de rivier de Jümme en uiteindelijk in Leer.

Woensdag 24/8 vertrekken we uit Aurich, schutten in sluis Wiesens  en leggen na 2 ½ uur weer aan in Jachthaven Marcardsmoor na een prachtige tocht over het kanaal. Vooral mooi tot sluis Wiesens, je vaart tussen de bossen door en het is heel mooi en warm weer. ’s Avonds lopen we over de brug naar café-restaurant “Schützenhof” dat betere tijden heeft gekend, maar waar we toch lekker eten en na afloop met de eigenaar aan de bar een zgn. “Kutterschluck” drinken, een soort kruidenbitter maar wel lekker.

Donderdag 25/8 gaan we voor ons doen vroeg weg, om 10u. De tocht gaat door het Nordgeorgsfehnkanal, we moeten door 8 sluizen en ook een aantal beweegbare bruggen. Daar is personeel voor nodig en je moet je dus twee dagen van te voren aanmelden. We passeren de eerste sluis om 10.50u en gaan de laatste binnen om 15.15u Dan blijkt er nauwelijks water te staan aan de andere kant van de sluis. Daar begint een zijarm van de rivier de Jümme en dat is een getijdenrivier. We moeten dus in de sluis liggen wachten tot het water stijgt en pas om 18.45u laat de sluiswachter ons door! Het is heel warm weer die dag en in de sluis is geen beschutting, dus dat is afzien! De tocht tot die sluis ging ook heel langzaam, omdat het kanaaltje erg ondiep is en je dus goed moet opletten.

We varen door tot een spoorbrug, die niet beweegbaar is. We moeten afmeren aan een ponton ervoor en wachten tot het water nu weer is gezakt en dan is de doorvaarthoogte 2.60m. Dat is nog te laag voor ons maar als we de ramen eruit halen en de kap laten zakken zijn we 2.10m en dan kan het wel. Helaas moeten we tot de volgende middag wachten op “niedriges Wasser”. We overnachten dus aan het ponton en doen de volgende dag klusjes. Gelukkig waait er een behoorlijk windje, dus het is daar goed uit te houden. ’s Nachts was het wel onrustig, want we lagen 10m. van de spoorbrug af en er kwamen steeds goederentreinen voorbij met veel lawaai. Dus maar oordoppen in! ’s Middags zakken de bomen van de bewaakte spoorwegovergang te vroeg en klappen op een voorheftruck. De bomen zijn beschadigd en de treinen die passeren krijgen kennelijk opdracht te stoppen en dan heel langzaam over de brug te rijden. Hans filmt e.e.a. De politie en de spoorwegpolitie erbij en dat beleven wij allemaal in de middle of nowhere! 

We houden inmiddels nauwlettend de pegel in de gaten, waarop te zien is hoever het water al is gezakt. De eerste uren van het ebben gaat het snel, maar daarna tergend langzaam. Om 15.10u kunnen we dan eindelijk weg en het lukt! We moeten ook nog onder een autoweg door, die ook laag is, maar wel 10cm. hoger dan de spoorbrug. Als we die gepasseerd zijn, leggen we aan bij een watersportvereniging om de ramen er weer in te zetten en de kap er op te doen. Dan kunnen we eindelijk verder richting Leer. Het eerste stuk op de Jümme hebben we nog wat stroom mee, maar dat houdt snel op. Het is een rustige rivier. Geen boot te bekennen. Na een uurtje varen gaat de Jümme over in de rivier de Leda, waaraan Leer ligt. We hebben keurig gevaren en zijn op tijd voor de zeesluis van Leer, die om 17.30u schut voor motorboten. Er ligt er een in, die naar buiten gaat en dan mogen wij en nog twee andere boten erin. Om 17.50u varen we uit de sluis richting de hefbrug over de haven. We liggen daar een poosje te wachten, want de havenmeester doet net zijn rondje, maar om 18.25u meren we dan af. Het is de vierde keer in onze bootgeschiedenis dat we in Leer liggen. We besluiten een hapje te gaan eten bij het Italiaanse restaurant Vesuvius, waar we meerdere malen hebben gegeten en dat erg goed is. Het heet nu echter Marco Polo en is dus van eigenaar veranderd en heeft een heel ander keuken. Het is meer een pizzeria, dus dat nemen we maar. De pizza is goed, maar dan ontdekt Hans op de kaart mijn lievelingstoetje, Zablagione! Dat bestellen we dus en het is heerlijk. Het wordt gemaakt van geklutst ei met marsala wijn erdoor.

Zondag 28/8 wilden we weer vertrekken uit Leer. De zeesluis schut ’s morgens 8 uur en ’s middags 2 uur voor sportboten. De havenmeester zal de brug over de jachthaven om 1.30u omhoog doen voor ons. Helaas breekt er een verschrikkelijk onweer los met hevige buien. We besluiten dus maar nog een dagje te blijven. Aan het eind van de middag, als het weer opgeklaard is, maken we een wandeling door het stadje en ’s avonds gaan we ons te buiten aan een voortreffelijk buffet bij Asia restaurant “Wok-in”, vlakbij de boot.

Maandag 29/8 gaat de brug om 1.30u omhoog en zijn we om 1.40u bij de sluis. Er ligt nog een soort werkbootje te wachten. De lichten op de sluis staan op rood, maar het is ook nog niet 2 uur! We draaien dus rondjes voor de sluis, maar die gaat om 2 uur niet open. Er meldt zich een vrachtboot, de Annabelle. Die hebben we langs de kant zien liggen. Als die dichterbij komt zijn we er zeker van dat we mee de sluis in mogen, want die is heel groot. Tot onze verbazing gaat er een bord met verlichte tekst branden waarop staat: Sportboote verboten ein zu fahren! We begrijpen er niets van. Ook de werkboot mag er niet in. We blijven maar rondjes draaien en om 15.30u roept Hans via de marifoon de sluismeester op. Er volgt een discussie, hij had ons niet gezien en de havenmeester had ons niet aangemeld. Maar hij heeft wel het bord met verlichte letters aangezet. Enfin: om 15.40u mogen we in de sluis waar hij ons nog tot 16u laat wachten. Om 16.15u varen we dan eindelijk op de Leda richting Papenburg. Na een klein stuk Leda gaan we op de Eems varen en door het gedonder met de sluis in Leer, hebben we nu nauwelijks meer profijt van de stroming mee en gaan dus steeds langzamer varen. Maar dat is nog niet alles! Als we sluis Papenburg naderen en Hans ons aanmeldt krijgen we te horen dat de sluis niet werkt wegens niedriges Wasser! Wel kunnen we om 21.30 u erdoor, samen met een vrachtschip. Maar we willen niet in het donker naar Papenburg varen en vragen toestemming om te mogen overnachten aan het ponton bij de sluis. Dat mag en ik ga koken. Als we net klaar zijn met eten, het is 20.15u, schuift er een enorm werkschip uit Delfzijl langs onze boot richting sluis. Hans belt snel de sluismeester en vraagt of we mee mogen. Dat mag, dus snel touwen los en er achteraan. Vlak na de sluis is een kleine jachthaven en daar leggen we aan voor de nacht. Het is inmiddels 20.45u.

De volgende morgen hebben we mooi uitzicht op de Meyer werf, waar gigantische cruiseschepen worden gebouwd. Momenteel ligt er de “Genting Dream”, die in september wordt opgeleverd. Hij is 335 m. lang, 40m. breed heeft 19 dekken en 1680 hutten!! Hij biedt plaats aan 3.360 passagiers. Ik moet er niet aan denken op zo’n schip te zitten. Het lijkt net een enorm flatgebouw. Geef mij maar ons bootje van bijna 10m.! Hans wil de werf graag bezoeken, maar het blijkt dat je van te voren via internet plaatsen moet boeken. Ik heb wel foto’s gemaakt (het schip lag aan de overkant van de jachthaven) en Hans heeft gefilmd.

We vertrekken er om 11u na telefonisch overleg met de spoorwegen over de openingstijd van de spoorbrug voor Papenburg. Dat blijkt om 11.20u te zijn en keurig op tijd gaat de brug omhoog, er ligt nog een tweede spoorbrug achter en een brug over de autosnelweg. Die gaan tegelijkertijd omhoog en daar vlak achter ligt de stadshaven van Papenburg, Der alte Werft. ’s Middags lopen we naar de stad. Papenburg is een voormalig veendorp/stadje. Het kanaal waarover de turfschepen voeren loopt midden door de stad. Het is een lange lintbebouwing en ziet er prachtig verzorgd uit. Veel bloemen langs de kant en oude ophaalbruggen over het water. Midden in het water staan info-borden op palen over de vroegere scheepvaart. Er is een imposant Raadhuis en we bezichtigen de Ev. Lutherse Michaëlkerk. We drinken iets op een terras en eten een heerlijke omelet met verse cantarellen (Pfifferlinge).

Op de boot gaat Hans weer aan een technisch klusje beginnen. Er was een grote zekering doorgesmolten en had ook de messing ringetjes aangetast. Gelukkig kon Hans die ringetjes in een grote bouwmarkt kopen en nieuwe zekeringen hebben we aan boord. Het weer is al dagen mooi, gelukkig.

De volgende dag, woensdag 31/8, is het ook weer prachtig weer. De spoorbrug gaat weer, na telefonisch overleg, om 10.20u voor ons open evenals de beide andere bruggen. Helaas moeten we  1½ uur wachten voor de sluis in Papenburg, maar de Genting Dream ligt te schitteren in de zon en ik kan nog een paar mooie foto’s maken. Bij de volgende sluis, sluis Herbrum, moeten we ook weer 30 min. wachten en bij sluis Bollingerfähr ook. Na sluis Düthe komen we om 18.25u uit sluis Hilter gevaren en begint de hele boot te trillen als een gek. Er zit duidelijk iets in de schroef, dus Hans slaat achteruit. Geen succes. Na nog een paar keer achteruitslaan, blijft alles trillen. In de sluis dreven grote stengels met spitse blaadjes. Wij denken, dat die om de schroef zijn geslagen en die zijn zo taai dat ze er niet makkelijk zomaar afgaan. We sukkelen dus maar verder met een heel laag toerental Ook de boegschroef maakt verschrikkelijk veel lawaai. Hij werkt wel, maar toch…. Om 19.45u varen we jachthaven Emsblick in Haren binnen. Eerst maar een borrel om bij te komen en dan snel nog iets te eten maken.

Donderdag 1/9 gaat Hans met de pikhaak over de schroef en haalt inderdaad een gekneusde stengel met blad ervan af. Volgens hem moet er nog meer omheen zitten, maar hij krijgt niets meer te pakken. De schroef zit ook te ver onder water om iets te kunnen zien. Hij laat de motor heel hard in zijn achteruit lopen en de boot trilt niet meer. Probleem opgelost? We zullen het zien….

Dan de boegschroef. Die blijkt een beetje losgetrild. Hans zet hem vast, maar het verschrikkelijke lawaai blijft. Dan blijkt dat de breekpen voor de helft afgebroken is. Dus een nieuwe breekpen gemonteerd en ja hoor, hij maakt weer het goede geluid! Ik dood de tijd met schoonmaken, zuigen en dit verslag bijwerken. We zijn dus aan de terugreis begonnen, maar die vertoont wel hiaten!

Dit is de laatste jachthaven in Duitsland. Morgen nog een sluis om de hoek en dan varen we het Haren-Rütenbrockkanal in dat eindigt in Ter Apel. En dan langzaam richting huis.

We hebben tot nu toe 30 sluizen gehad, ontelbare bruggen en 622 km. afgelegd.