Van Courcelles naar Luik

Reisverslag 4, Frankrijk 2017.

 

Woensdag 19/7, het is een heel warme dag met hoge temperaturen, zijn we in afwachting van de duiker, die onder water gaat kijken wat er tegen de boot kleppert. We krijgen bericht dat hij tussen 18u en 18.30u komt. Dat is inderdaad zo, maar het is er niet één, maar twee! Hans legt hen uit wat het probleem is, geassisteerd door Lou een vrouw die daar op een boot woont en 20 jaar een werf heeft gerund met haar man (die nu overleden is). De duikers kleden zich om en gespen hun apparatuur op hun rug. Ze verdwijnen al borrelend onder water en we zien aan de bubbels die steeds op een andere plek verschijnen, dat ze langzaam de onderkant van de boot inspecteren. Dan komen ze al bubbelend weer boven water en vermelden dat er niets aan de schroef of anderszins hangt. Lou overlegt met Hans en die neemt mijn suggestie dat het mogelijk de trossensnijder is serieus. De duikers verdwijnen weer onder water (zij hebben gereedschap en ook een grote zaklantaren bij zich). Dan wordt gemeld, dat een deel van de trossensnijder inderdaad loszit. Zij vragen een kopje en gaan weer onder de boot. Na een poosje komen ze met een deel van de trossensnijder en twee schroeven boven water en dat wordt in het kopje gedeponeerd. Een schroef ontbrak en een ander was verbogen, dus waarschijnlijk toch iets ertegen gestoten. Wij denken, dat ze nu het losse gedeelte dat kleppert gedemonteerd hebben. Maar ze nemen alles weer mee naar beneden en monteren het weer! Als ze boven komen zeggen ze dat ze de schroeven extra vast hebben gedraaid en dat we nu zonder problemen verder kunnen varen. We zijn ze dankbaar en rekenen met ze af, € 100.- voor ruim een uur onder water, omkleden, afspuiten, afdrogen en weer hun gewone kleding aan.

Donderdag 20/7 verlaten we Courcelles les Lens na drie dagen, maar helaas kleppert het nog steeds onder de boot! Alle moeite voor niets en € 100.- lichter varen we op een zeer vervuild kanaal. Honderden plastic flessen drijven er langs de kant en vaak ook midden op het water. Zo te zien werken de Fransen nog niet echt mee een het verminderen van de “plastic soep” in zee en oceanen! We varen op de rivier de Scarpe en zien een zgn. garage voor vrachtboten. Dat zijn merendeels oude boten, maar ook boten die geen opdrachten hebben en langs de kant liggen. Het zijn er wel 50 tot 100! We meren om 12u af aan een mooie kade in Douai en gaan de stad bezichtigen. We komen eerst het Hôtel de Dieu tegen, een voormalig ziekenhuis. Prachtig aan de buitenkant, maar niet te bezichtigen. Dan bekijken we een kerk met een enorm hoge toren, La Collégiale Saint-Pierre. Een prachtige, imposante kerk met mooie gebrandschilderde ramen, enorme schilderijen, prachtig hekwerk en een mooi gesneden beeld van Maria met het kindje Jezus genaamd Notre Dame des Miracles omdat men op 8 juli 1632 zag, dat zij het kindje Jezus van de ene arm op de andere zette! Daarna vonden er verschillende genezingen plaats en dat duurde ruim een eeuw! Het monumentale orgel is één van de grootste in Europa en de orgelpijpen worden nat gespoten als het heel warm weer is, anders gaan de houten pijpen barsten! Dan bezichtigen we het enorme Raadhuis met het prachtige gothische Belfort (14e en 15e eeuw). Beiden op de Werelderfgoed lijst. We eindigen op een terras waar de mensen van de boot achter ons ook blijken te zijn. We drinken gezamenlijk een glaasje en wisselen informatie uit. Het is een mooie avond geworden en we drinken nog een glas wijn bij hen op de boot.

Vrijdag 21/7 is er een harde wind en bewolking  afgewisseld door zon We vertrekken om goed 11 uur uit Douai, passeren drie sluizen, varen een stuk op het Canal du Nord en nemen de afslag naar het Canal de la Sensée. Om 15.45u meren we af aan een gratis steiger bij Bouchain in het Bassin Rond. Daar lagen we al tweemaal de afgelopen jaren. Helaas is er geen elektriciteit en is de koelkast de volgende morgen weer ontdooid! Wel komt er om 08.00u een bakker langs (de winkels zijn heel ver weg) en hebben we verse croissantjes voor het ontbijt! We gaan er om 10u weg en varen na de eerste sluis op de gekanaliseerde Escaut. Het is slecht weer, grauw, koud en veel regenbuien. In de 7e sluis slaat de motor steeds af en krijgt Hans hem nauwelijks gestart. Alle meters op het dashboard staan goed, dus hij denkt aan een vervuild dieselfilter. Gelukkig is de jachthaven vlak na de sluis en liggen we om 17.50u na een heel lange dag varen vast aan een steiger van de Royal Peronnes Yacht Club in de haven van Antoing (België). Gelukkig hebben ze een havenrestaurant met billijke prijzen. We hebben er heerlijk gegeten!

Zondag gaat Hans de dieselfilters vervangen. Dat is nog een hele klus. Het ruim weer ontruimd etc. Ik begin maar aan dit verslag, want ik kan de boot niet af. Dat is ook niet erg, want het is heel slecht weer, harde wind en heel veel regen.

Maandag 24/7 vertrekken we om goed 10u uit de jachthaven van Péronne richting sluis Péronne II, die vlakbij is. Helaas moeten we een uur wachten vóór we geschut worden en het hoost van de regen. Enorme buien! Als we eindelijk de sluis in mogen, duurt het schutten ruim 20 min. Gelukkig is het dan droog. Om ong. 16u meren we af in de jachthaven van Mons (Bergen). Een zeer onvriendelijke havenmeester sommeert ons aan de gastensteiger te gaan liggen. Die bestaat uit een enorme betonnen plaat, half in het water met een rand van ong. 4 cm boven het water waar je boot tegenaan moet liggen. De jachthaven ligt aan een groot meer en het waait verschrikkelijk hard. De wind is aflandig en dan is het heel moeilijk je boot tegen de steiger te krijgen. Gelukkig is er een behulpzame Nederlander, die het touw aanpakt en ons vastlegt. Vlak voor de jachthaven sloeg de motor weer af tijdens het varen. Het lag dus niet aan het filter, maar wat dan wel?? Er liggen in deze haven opvallend veel Denen, Engelsen, Australiërs en er komt aan de andere kant van het betonnen ponton nog een boot met Nieuw-Zeelanders liggen. Zij hebben een oud Nederlands vrachtbootje uit 1913, de Anna Maria uit Groningen. ’s Middags en ’s avonds veel buien en de harde wind blijft.

De volgende dag verlaten we deze nare haven, waar ook nog een verkeersweg langsloopt met veel lawaai, en belanden na twee sluizen, waar we lange wachttijden hadden,  in de scheepslift van Thieu. Daar worden we in 20 min. 75 m. omhoog gehesen. Normaal zouden we minimaal 15 sluizen nodig gehad hebben om 75m. te overbruggen. Het is een wonder van techniek. Je vaart een bak met water in, maakt de boot vast en hoeft verder niets te doen. De bak wordt omhoog getrokken en helemaal boven gaat er een deur open en vaar je de bak uit een kanaal in, het Canal du Centre. We bewonderen de kabels, trekveren, contragewichten terwijl alles soepel omhoog gehesen wordt. Het landschap wordt steeds kleiner onder ons en dat zien we met name aan de bomen. Het weer is best wel redelijk: afwisselend zon en bewolking en 20o.

Om 17.50u meren we af in de haven van Seneffe en worden daarbij geholpen door een vriendelijke Ier, die naast ons ligt met zijn Hollandse boot (en Ierse vrouw). De volgende dag is het mooi weer, 23o, af en toe wat wolken. Op aanraden van de havenmeester besluiten we naar het Château de Seneffe te gaan, volgens de havenmeester hier 2 km. vandaan. Dat blijken er dus 4 te zijn. Het kasteel ligt in een park met bos van 22 ha. en is best wel imposant. Een aantal Belgische kunstenaars heeft beelden of projecten gemaakt geïnspireerd op het thema water. De kunstwerken liggen of staan verspreid over het park. Een paar ervan zijn mooi of boeiend. We bekijken de volière (zonder vogels!), het theater en drinken iets op het terras van de orangerie. De tuinen en het park zijn aangelegd in Engelse landschapsstijl. We bewonderen alle geometrische en keurig recht geschoren buxus hagen en heggetjes  We hebben al zoveel gelopen, dat we geen zin meer hebben het kasteel van binnen te zien. Daarin bevindt zich een museum van goud- en zilversmeedkunst. Een volgende keer maar….

Donderdag 27/7 vertrekken we uit Seneffe en na drie sluizen varen we op de Sambre. We varen door Charleroi, een rommelige en vuile stad, die we in het verleden al eens bezichtigd hebben. Na nog eens drie sluizen wachten we voor de sluis van Auvelais, die keurig voor ons gevuld wordt. Helaas krijgt de sluismeester dan de deuren niet meer open, zodat we de nacht aan de kade voor de sluis moeten doorbrengen. ’s Nachts worden de deuren kennelijk gerepareerd, want ik hoor een hoop lawaai en gehamer. De eerste vrachtboot gaat alweer ’s morgens om 6 uur erdoor, dus de deuren werken weer!

Het valt ons op dat in dit deel van Wallonië het water erg vervuild is, d.w.z. er drijft onnoemelijk veel vuil in en op het water. Heel veel plastic flessen, wijnflessen, plastic tassen, hout, planken en ander vuil. Zelfs een rubber laars en een sandaal kwamen voorbij. Het lijkt wel of ze de vuilnisauto’s in het water leegkiepen. Wij varen al heel wat jaren, maar zoiets hebben we zelfs in Frankrijk niet meegemaakt. De Sambre is een smerige rivier en dat door mensenhand met weinig respect voor de natuur en het milieu.

Vrijdag 28/7 komen we zonder problemen door de sluis van Auvelais en dan komen we nog meer troep in het water tegen dan de dag ervoor! Na sluis Mornimont varen we langs Floreffe en zien in de hoogte de abdij liggen, waar we een aantal jaren geleden naar omhoog geklauterd zijn om hem te bezichtigen. Als we daar door de sluis zijn en verder varen, staat er een oudere man wanhopig naar ons te zwaaien. De walkanten zijn daar van glad beton en heel schuin. Zijn hond staat onderaan die schuinte en kan niet ertegen omhoog en zijn baas niet omlaag zonder in het water te vallen. Zijn hond staat dus schuin en vreselijk te blaffen naar zijn baasje. Het is werkelijk hartverscheurend. Wij keren de boot en varen ernaar toe, maar kunnen de boot niet tegen de schuine kant leggen. De man vraagt om een touw en wij gooien het langste dat wij aan boord hebben. De man knoopt het touw vast aan een paal en laat zich op zijn buik zover mogelijk naar beneden zakken. Met één hand houdt hij het touw vast en met zijn andere hand kan hij dan net bij de halsband van de hond. Zo trekt hij hem omhoog. Hond gered en wij een goede daad verricht. De man bedankt ons en maakt nog snel een foto van ons met zijn telefoon.

Om 14.30 uur varen we uit de sluis Namen langs de imposante Citadel die hoog boven ons uittorent. Om 14.45u liggen we vast aan de kade in Namen op de Maas tegenover de jachthaven, die helemaal vol is. Aan de kade moet je overigens ook liggeld betalen. Boven ons is het Casino maar we hebben geen behoefte te gaan gokken! We lopen over de mooie stenen brug naar de winkelstraat en doen inkopen bij Delhaize. Dat was nodig, want we hadden niet veel meer.  

Zaterdag vertrekken we weer uit Namen en maken ’s middags de boot vast in de jachthaven van Huy. We hebben een mooie plaats aan de kade vlak voor het restaurant, waar we op het terras gaan zitten en wat drinken want het is heel warm geworden! ’s Avonds eten we er de bekende Boules de Liège (gehaktballen in een saus met uien en rozijnen). Als we in Huy liggen, nemen we dit gerecht altijd, heerlijk! Het blijft ook ’s nachts warm (25o), dus slapen we onder een laken.

Zondagmorgen 30/7 vertrekken we uit Huy naar Luik. Het is wel mooi weer, maar het waait verschrikkelijk hard met behoorlijke windstoten. De Maas is daar erg breed en het water wordt door de wind opgestuwd tot heuse golven met schuimkoppen. De boot deint heen en weer dat het een lieve lust is. Na sluis Ampsin gaan we sluis Ivoz in en als Hans gas terugneemt om in de sluis aan te leggen gaat de motor uit en krijgt hij hem niet meer aan de praat, ook niet na diverse pogingen. We  zijn inmiddels 5.50m gezakt en ik licht per marifoon de sluismeester in dat we problemen met de motor hebben en dus de sluis niet uit kunnen varen. We moeten blijven liggen en worden teruggeschut naar boven, waarna Hans met mensenkracht de boot aan een lang touw de sluis uitsleept naar een kade, waar we de boot vastleggen. Dat was zwaar de boot achteruit de sluis trekken! Hans loop terug naar het kantoor van de sluismeester en vraagt om het adres/tel. nummer van een monteur. Die wordt gebeld en we leggen in ons beste Frans uit wat het probleem is. Hij belooft na een goed uur te komen. Op de achtergrond horen we zijn vrouw protesteren! Het is nl. zondag. Hans maakt intussen vast het motorruim toegankelijk. Na twee uur komt de monteur eindelijk. Hij blijkt een eind weg te wonen! Hij kijkt alles na, controleert en denkt dat het probleem in een apparaatje (hij noemt het de magneet) zit, die de toevoer van diesel naar de motor regelt. Als die blijft “hangen” komt er geen diesel naar de motor. Bovendien zijn de startaccu’s door de vele pogingen om te starten vrijwel leeg. Dus de generator op de walkant gezet en na een poosje start de motor! We gaan een stukje met de monteur proefvaren, waarbij Hans de gashandel blootstelt aan diverse standen. De motor blijft het doen. Helaas kunnen we niet meer door de sluis, want die is officieel open tot 19.30u maar ze schutten uiterlijk tot 19u! De monteur wil morgen een nieuwe “magneet” erin zetten en we spreken af in een kleine werkhaven niet ver van waar hij woont. Een eindje voorbij Luik en ongeveer twee uur varen vanaf de sluis. Het is een zeer vriendelijke oudere man, die de indruk wekt degelijk te werk te gaan en ons graag wil helpen!

We overnachten dus bij de sluis en Hans bergt alle spullen weer in en op de boot. We hebben nog niets gegeten, dus ik improviseer wat, waarna we gaan slapen want de sluis gaat de volgende morgen al om 06.00u open en worden we waarschijnlijk wakker door één of meerdere vrachtboten die door de sluis willen. We ontbijten de volgende morgen, drinken koffie en willen dan door de sluis. Helaas staat hij verkeerd en moeten we wachten op een vrachtboot die er aan de andere kant in vaart. Als die geschut is en er eindelijk langzaam uitvaart horen we via de marifoon, dat we er nog niet in mogen, omdat er een vrachtboot aankomt. Als die er dan eindelijk in ligt, mogen wij ernaast liggen helemaal achterin de sluis. Het is een enorme duwbak van meer dan 100 m met nog een duwboot erachter. De bak is heel breed en als die onze kant op zwenkt in de sluis, worden we verpletterd! Gelukkig gebeurt dat niet, maar het blijft altijd spannend. De motor blijft het gelukkig doen, want stilletjes zat ik hem toch te knijpen.

We leggen na twee uur varen aan in de haven van Coronmeuse aan de rand van Luik en bellen de monteur. Die komt na een half uur. Hij demonteert de magneet en neemt hem mee om een identieke te bestellen. Hij kan die de volgende morgen in Visée ophalen. Dinsdag in de loop van de morgen komt hij met de nieuwe magneet. Hij blijkt niet te passen! Hij heeft hetzelfde nummer als de oude, maar blijkbaar is er iets veranderd. Hij vertrekt om 13u naar huis om te eten en om iets van de schroefdraad af te halen op zijn draaibank. Ik verveel me dood, kan niet van de boot af en dit is al de derde dag! Ik dood de tijd met dit reisverslag verder te schrijven, te lezen, een kruiswoordraadseltje te doen en tegen Minoes te praten!

Om 16.30u is hij terug en gaat de magneet inbouwen. Het is nu een uur later en is er een “belangrijk” moertje onder in de boot gevallen. Hij kan er niet bij en Hans gaat de rest van de bekisting van de motor halen. Ik hoop vurig, dat e.e.a. in orde komt en dat het apparaatje (magneet) werkt. Anders moeten we hier blijven liggen tot St. Juttemis…..

Deze reis verloopt zo totaal anders dan alle andere reizen. Zoveel pech, het houdt maar niet op. Ik zal blij zijn als we weer in Harlingen zijn. De boot moet ergens in Limburg in een jachthaven met een kraan ook nog uit het water. Door de kapotte trossensnijder kunnen we niet harder varen dan ong. 8 km en het ding maakt een hels kabaal onder tegen de schroefas/boot.

Kortom: varen is niet zo leuk als het lijkt!

We hebben inmiddels 1150km afgelegd en 53 sluizen gehad.

Luik, 1/8/2017

PS: apparaatje zit er in, bijna € 800.- lichter en liggen nu in Maastricht (2/8).